Loading...

Onze geschiedenis

De Club van Lotharingen zag het levenslicht in Ukkel tijdens de lente van 1998. Ze werd gesticht als vzw door een groep private partners en boven het doopvont gehouden met de steun van enkele gezagsdragers binnen de economische en financiële wereld, zowel uit de Franstalige als uit de Nederlandstalige gemeenschap.

De vzw Club van Lotharingen ontleent haar naam aan haar oorspronkelijke plaats van oprichting: de Lotharingendreef in Ukkel.

Op nummer 41 van deze prachtige dreef bevindt zich een landgoed van ongeveer 4 hectare, waarop de Nederlandse industrieel Stokvis in 1910 een charmant kasteeltje oprichtte. Het gebouw kreeg de naam « Viola Cornuta ». In 1997, na 12 jaar in onbruik te zijn geweest, wordt het domein door zijn eigenaar, verzekeringsmaatschappij AG, verkocht aan de oprichters van de Club.

La Viola Cornuta

De plek onderging een grondige renovatie met het oog op de officiële opening van de Club, die voorzien werd en bleef – ondanks de latere gebeurtenissen – op 23 april 1998.

Jammer genoeg werd het gebouw grotendeels verwoest door een brand in de nacht van 1 op 2 april 1998. Geconfronteerd met de omvang van de ramp werd het bestuur van de toekomstige Club van Lotharingen voor een dilemma gesteld: ofwel de aanvang van de activiteiten staken voor een onbepaalde termijn, ofwel onmiddellijk en zonder veel voorbereiding een nieuwe locatie vinden. Uiteindelijk viel de keuze op de tweede optie.

Kasteel Fond'roy

Op enkele honderden meter van de Lotharingendreef, aan de overkant van de Steenweg op Waterloo, bevindt zich het Kasteel Fond’Roy, dat eveneens in 1997 door de oprichters van de Club werd verworven. Dit landgoed was voorheen het eigendom van Maarschalk Stichter-President Joseph Désiré Mobutu Sese Seko Kuku Nbengu Waza Banga, die tot de aankoop overging, nadat hij zich 17 mei 1997 genoodzaakt zag asiel te zoeken in Rabat. Wijlen rebellenleider Laurent Désiré Kabila had hem immers na een ijzeren bewind van 32 jaar over het Congolese grondgebied, een voormalige Belgische kolonie van 80 keer de oppervlakte van ons land, uit de macht ontzet.

Het kasteel Fond’Roy werd voltooid in 1910, een jaar na de dood van Leopold II, Koning der Belgen, die de opdracht tot de bouw had gegeven aan één van zijn naasten. Vervolgens ging het landgoed over in de handen van de familie Poelaert, waarvan de bekendste telg de plannen tekende voor het Brusselse Justitiepaleis, om te eindigen in het bezit van de familie Vermeulen. Laatstgenoemde verkocht het in 1948 aan de verzekeringsmaatschappij Royale Belge, die er haar sportclub in oprichtte (het stond stellig in de sterren geschreven dat de Club van Lotharingen zich ooit zou vestigen in de voormalige Ukkelse sportclub van een Belgische verzekeringmaatschappij), en in 1973 werd het verkocht aan President Mobutu.

Tussen 1 en 23 april 1998 werden de inboedel en de persoonlijke bezittingen die wijlen Maarschalk Mobutu samen met het landgoed had afgestaan, uit Fond ‘Roy verwijderd. Bij zijn overhaaste ontzetting uit de macht werd nagelaten zijn rentmeester in België opdracht te geven het pand te ontruimen met als gevolg dat alle meubilair, de persoonlijke garderobe, de archieven, de wijnvoorraad en het wagenpark van de gevallen dictator zich er nog steeds bevonden. In de drie weken tussen de onfortuinlijke brand aan de Lotharingendreef en de inauguratie van de club zetten de ambachtslui en gilden die net de renovatie van de « Voila Cornuta » hadden voltooid zich met volle moed opnieuw aan het werk en werkten zaterdagen, zondagen, nachten en het hele paasweekend aan de renovatie om deze prachtige woning om te toveren in de uitgelezen plek om de activiteiten van de Club van Lotharingen te huisvesten. Een woord is een woord!

Op 23 april 1998, in aanwezigheid van meer dan 800 van de 1000 toenmalige leden, werd de inauguratie van de Club van Lotharingen een groot succes. De sfeer werd er alleen maar vrolijker op, toen tegen het einde van de avond het nieuws verspreid raakte, dat een bescheiden boswachter er op een grootse manier in was geslaagd de hand te leggen op volksvijand nummer 1: de akelige Marc Dutroux, die enkele uren eerder ontsnapte uit de gevangenis. 

Een omstandigheid die niet zal nalaten onze leden elke 23e april te herinneren aan het feit, dat hun Club opnieuw een jaartje ouder wordt…

De leden van de nog jonge Club van Lotharingen, die zich goed in hun sas voelden in Fond’Roy, verzochten bijgevolg aan het bestuur om de alsnog geplande verhuizing naar de te renoveren « Viola Cornuta » niet te laten plaatsvinden. Begaan met het inwilligen van dit verzoek werd beslist in Fond’Roy te blijven. De verbouwingen en verfraaiingen ter plaatse werden uitgevoerd met een constante zorg voor de voortzetting van de activiteiten binnen de Club.

Voor de « Viola Cornuta » aan de Lotharingendreef werd in samenwerking met de Britse Whitbread-groep een project opgezet, dat leidde tot de oprichting van een grote en voorname sportclub.

Twaalf jaar later, op 30 augustus 2010, beleefde de Club een eigen « renaissance » bij het betrekken van haar nieuwe zetel in het centrum van de stad.

He paleis van de prinsen de Merode

In het hart van de « city »  werd het voormalige paleis van de prinsen de Merode (2800 m² groot, tegenover 800 m² in Fond’Roy) het onderwerp van een weelderige renovatie en aanzienlijke verbouwingen, aanpassingen aan de bijzondere behoeften van onze leden.

In dit leengoed van het hertogdom Brabant (reeds sinds de Middeleeuwen) lieten hertog Alexandre de Bournonville en zijn echtgenote Anne de Melun in 1618 verscheidene gebouwen aan de « Wollen Dries » (de huidige Wolstraat), die in hun bezit waren, verbouwen tot een omvangrijk paleis in Renaissancestijl. Tijdens de 18e eeuw verkochten de erfgenamen van de hertog van Bournonville het goed wederom aan de graven, de latere prinsen, van de Merode, die het op hun beurt in 1954 verkochten aan een vastgoedmaatschappij. Laatstgenoemde vertrouwde in 2008 de sleutels van dit uitzonderlijke erfgoed toe aan de Club van Lotharingen, zich wel bewust van het feit dat deze stichting het best in staat zou zijn het paleis van Bournonville zijn vroegere luister weer terug te geven.

Het paleis van Bournonville heeft zijn stempel gedrukt op de geschiedenis van de beeldende kunst. Gedurende verschillende tijdperken kende het verschillende bewoners, die geen onbekenden zijn in de geschiedenisboeken: Marie de Médicis en Olympe Mancini, moeder van prins Eugène van Savoye, aan het begin van de 17e eeuw en, aan het eind van dezelfde eeuw, de graaf van Koblenz en de prins van Starhenberg die tijdens het Oostenrijkse bewind van de 18e eeuw het land bestuurden.

24.07.2017 | 19h00

Activité

Avant-première : Valerian et l ...

04.08.2017 | 17h00

Avantage membres

Art Nocturne Knocke: vernissag ...

11.08.2017 | 10h00

Avantage membres

Flowertime 2017

28.08.2017 | 18h00

Avantage membres

Ado Chale